1960

Delfzijl / Oosterhoek

Overal is de Nederlandse grens een scherpe lijn op de kaart, maar niet in de Eems en een stukje van de Dollard. Twee stippellijnen geven daar aan dat Nederland en Duitsland het nooit eens konden worden over het precieze verloop van de landsgrens.

Eems-Dollardverdrag

De twee verschillende opvattingen over het verloop van de grens door de Eems.

1958

Delfzijl / Oosterhoek

In de naoorlogse jaren veranderde Delfzijl grondig van karakter: het kleine havenstadje werd een industrieel centrum. De aanleiding daarvoor was de vondst in 1951 van een enorme ondergrondse zoutvoorraad bij Winschoten. Een sodafabriek, voor de verwerking daarvan, kwam in Delfzijl te staan. Afvalwater kon daar zo de Eems in, via de haven kon het eindproduct gemakkelijk worden uitgevoerd. Een eerste scheepslading soda vertrok in augustus 1958 met de coaster Bellatrix naar het Finse Abö.

Delfzijl Sodastad

Opening van de sodafabriek in 1958 door koningin Juliana. Collectie Nationaal Archief / Anefo, foto Harry Pot.
Opening van de sodafabriek in 1958 door koningin Juliana. Collectie Nationaal Archief / Anefo, foto Harry Pot.
Suikerzakje van omstreeks 1960.
De tien verdiepingen hoge Vennenflat, pal aan de Eemsdijk, in 1973. Collectie Groninger Archieven, foto M.A. Douma.

1945

Delfzijl

Tijdens de winter van het laatste oorlogsjaar 1944-1945 waren eerste levensbehoeften als brandstoffen en voedsel enorm schaars. Niet voor niets wordt gesproken van de Hongerwinter. Zo’n 20.000 mensen stierven als gevolg van honger en kou, vooral in de grote steden in West-Nederland. Honden en katten verdwenen in de kookpot, bloembollen bleken eetbaar en bakkers bakten brood door het meel te vermengen met gemalen erwten, tulpenbollen en soms zelfs stro.

Zweeds wittebrood uit Delfzijl

Scheepsmodel van de Dagmar Bratt met merktekens van het Rode Kruis. Collectie MuzeeAquarium, foto Anton Tiktak / Arte del Norte.
Een etalage van een grutterswinkel in het westen van Nederland, begin 1945. Collectie NIOD.

1929-
nu

Delfzijl

Aan de voet van de Eemsdijk in Delfzijl staat het Muzeeaquarium. Een toepasselijker plek is haast niet denkbaar: de collectie van het museum vertelt het verhaal van bijna vijfduizend jaar leven bij, in en op het water. In een voormalige Duitse munitiebunker zijn vissen uit Noord- en Waddenzee te zien.

Muzeeaquarium en Handelsmuseum

Promotiekaartje van het Handelsmuseum, omstreeks 1930.
De scheepvaartzaal in het in 2018 geheel vernieuwde MuzeeAquarium. Foto: Visit Groningen.

1920-
1970

Delfzijl

Voor de Groninger scheepvaart begon vanaf 1920 een nieuwe bloeitijd, nota bene door een eigen innovatie: de coaster. Die werd in grote aantallen gebouwd op werven langs het Winschoterdiep, Damsterdiep en Eemskanaal.

Little grey devils from Delfzijl 

1900-
1950

Delfzijl

Chilisalpeter kwam in de negentiende eeuw op als belangrijke meststof. Het witte poeder – officieel natriumnitraat – werd gewonnen in mijnen in de kurkdroge Atacamawoestijn in Chili. Vanaf het begin van de vorige eeuw wist Delfzijl de belangrijkste invoerhaven van het product in Nederland te worden.

Chilisalpeter, ‘het witte goud’

Chilischip (circa 1926): Aankomst in Delfzijl en foto’s vanuit het ruim van het schip.

De haven van Delfzijl in de jaren 20. Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

1800-
1910

Oosterhoek

Delfzijl stond lange tijd in de schaduw van Groningen, de grootste havenstad van de provincie. Pas in de loop van de negentiende eeuw kwam daarin verandering.

Wind in de zeilen

Gezicht op de Grote Waterpoort in de eerste helft van de 19e eeuw, met op de voorgrond een turfschip afgemeerd aan de steiger. Collectie Muzeeaquarium, foto Harm Bellinga / Arte del Norte.
De spoorweghaven van Delfzijl omstreeks 1935. Tekening door H. Heyenbroek. Collectie Groninger Archieven. 

1813-
1814

Delfzijl

Ooit was Delfzijl het laatste stukje van het Franse keizerrijk in Nederland. De Franse bezetters verlieten de havenstad pas in mei 1814. Koning Willem I regeerde toen al een half jaar en (voormalig) keizer Napoleon zat al anderhalve maand op het eiland Elba in ballingschap.

De laatste man van de Keizer

De Franse bezetting verlaat Delfzijl via de Farmsumer poort. Schilderij door T.R. van Streun. Collectie Gemeente Eemsdelta.
Kanon gebruikt bij de belegering van Delfzijl in 1813-1814, in 1968 opgevist uit het Damsterdiep. Collectie MuzeeAquarium, foto Anton Tiktak / Arte del Norte.
De Franse componist Napoléon Coste (1805-1883) maakte als kind het Beleg van Delfzijl mee. In 1852 schreef hij een compositie voor gitaar, ‘Delfzil’. 

1811-
1813

Delfzijl

De weg tussen Groningen en Appingedam langs het Damsterdiep heet de Rijksweg. Deze heeft een illustere voorganger, in de naamgeving tenminste. De Franse keizer Napoleon wilde, mede met het oog op oorlogsvoering, goede verbindingen in zijn rijk. Hij legde daarom een wegennetwerk op 18 december 1811 per keizerlijk decreet vast. Uiteraard was Parijs daarvan het centrum, en van daaruit voerden de verbindingen naar alle uithoeken van het Franse imperium.

Route de Paris à Groningue
et à la mer

Links: Kaart uit 1810-1814 met daarop de Routes Imperiale en Departementale. Collectie Groninger Archieven.
Rechts: Vesting en haven van Delfzijl op een kaart uit circa 1810-1814. Collectie Groninger Archieven.

1621-
1654

Delfzijl

Delfzijl was de thuishaven van de Groninger afdeling (‘kamer’) van de West-Indische Compagnie (WIC). Die was opgericht in 1621 en hield zich bezig met de oorlog tegen Spanje en Portugal in hun Zuid-Amerikaanse koloniën. Daarnaast dreef ze handel in onder andere koffie, suiker en tabak en werd verdiend aan het transport van tot slaaf gemaakten van West-Afrika naar de Amerika’s.

Delfzijl - Brazilië

Plattegrond van de vesting Delfzijl, 1652. Collectie Groninger Archieven. 
Penning uit 1683 van de Groninger kamer van de WIC. Op de voorzijde staat het fort Elmina, aan de kust van Ghana. Hier vandaan werden tot slaaf gemaakten de oceaan over getransporteerd. Collectie Rijksmuseum.

1600-
1800

Oterdum

Eeuwenlang lag het kerkje van Oterdum vlak tegen de zeedijk. De middeleeuwse kerk is een aantal malen herbouwd, mede omdat het oorspronkelijke dorp door het zeewater overspoeld werd – Oterdum lag eerst een stukje noordelijker. Door zijn ligging was het gebouw een baken voor de scheepvaart.

De preekstoel als uitkijkpost

De preekstoel in de kerk van Oterdum met daarop het wapen van Egbert Rengers van de borg van Farmsum. De preekstoel is na afbraak van de kerk herplaatst in Winschoten. Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Luchtfoto van Oterdum uit de jaren 60. Het kerkje, in 1877 gebouwd als vervanging van een middeleeuwse voorganger, ligt pal tegen de dijk. Collectie Groningen Seaports.
Fragment uit een kerkboek van Weiwerd, met het verslag van de executie van de Duinkerker kapers. Collectie Groninger Archieven.

1600-
1700

Eems

Kaapvaart is een vorm van ‘legale’ zeeroverij in oorlogstijd. Een kapitein van een particulier schip kon een kaapbrief kopen die hem het recht gaf koopvaardijschepen van de vijand aan te vallen en de lading te veroveren. Een deel van de opbrengst was dan uiteraard voor de overheid die de kaapbrief had uitgegeven. 

Duinkerker kapers op de Eems

Brandewijnkom uit Emden met afbeelding van een gevecht met kapers. Collectie Fries Museum. 
Kaart van de vesting Delfzijl uit de atlas ‘Toonneel der steden’ (1649). Collectie Groninger Archieven.
De Grote Waterpoort in 1895. Foto J.G. Kramer, collectie Rijksmuseum.

1591-
1883

Delfzijl

Bijna drie eeuwen lang lagen om Delfzijl hoge vestingwallen. De havenstad was de meest noordelijke vesting op het Nederlandse vasteland. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) startte de aanleg van een eerste bolwerk. Deze ‘Oude Schans’ werd later onderdeel van een veel grotere vesting met zeven bastions en omringd door een 40 meter brede gracht. Vier poorten boden toegang tot Delfzijl: de Landpoort, Grote en Kleine Waterpoort en de Farmsumer Poort. 

De noordelijkste vesting van Nederland

Het bewaard gebleven slot van de omstreeks 1880 afgebroken Landpoort. Collectie MuzeeAquarium, foto Anton Tiktak / Arte del Norte.
Het huis van de vestingcommandant, afgebroken in 1916. Collectie Groninger Archieven. 

1538

Farmsum

Klokkengieters reisden vroeger rond en goten hun klokken ter plaatse, vlakbij de kerktoren waar ze kwamen te hangen. In 1538 was de Amsterdammer Gobel Zael in Farmsum. Hij goot er een luidklok met daarop een afbeelding van Sint-Pontianus. Deze Romeinse martelaar uit de tweede eeuw en beschermheilige tegen onder andere aardbevingen had een altaar in de Farmsumer kerk.

Klok Farmsum

Tekening van de oude kerk van Farmsum, in 1869-1870 afgebroken voor nieuwbouw. Collectie Groninger Archieven.
Afbeelding van de Heilige Pontianus op de kerkklok. Collectie Groninger Archieven.
Gezicht op het huis te Farmsum (links) met brug en voorhuizen. Op de achtergrond de kerktoren van Farmsum. Tekening door Cornelis Pronk uit 1759. Collectie Groninger Museum. 

1500-
1800

Farmsum

Eeuwenlang was het Huis te Farmsum een indrukwekkend bouwwerk, passend bij de status van de bewoners. De borg was eerst, vermoedelijk al vanaf de veertiende eeuw, zetel van de machtige familie Ripperda. Aan het eind van de zeventiende eeuw kwam het in bezit van het geslacht Rengers.

Huis te Farmsum

In 2012 zijn onder de kerkvloer van Farmsum tientallen oude grafzerken ontdekt, zoals deze van Haye Ripperda (gestorven in 1504).
Leeuw met het wapen van de familie Ripperda, afkomstig van de 1811 afgebroken borg in Farmsum en nu staand bij het Groninger Museum. Foto Ronn / Wikimedia Commons.

1425-
2000

Stadsweg

Een Groninger uitdrukking luidt niet onterecht ‘zo old as Stadsweg’. Maar hoe oud de verbinding tussen de stad Groningen en de Eems nu precies is? Waarschijnlijk dateert het westelijk deel, het dichtst bij Groningen, van omstreeks 1424 toen ook het Damsterdiep is gegraven. Het sloot aan op bestaande wegen over en langs dijken door het laaggelegen midden van Groningen, het Woldgebied.

Stadsweg

Fragment van een kaart uit 1675-1680. Boven het Damsterdiep loopt de ‘wech na den Dam’, oftewel de Stadsweg. Collectie Groninger Archieven.

Circa
1300

Eems

Zand en (regen)water hebben een onvermijdelijke optelsom: modder. Onverharde landwegen waren vroeger dan ook een groot deel van het jaar moeilijk bruikbaar. Waterwegen, zoals de Eems, waren daarom een belangrijke verkeersader. Zeker over grote afstanden.  

De Eems: een zout-zoete vaarweg

‘Den Eems Stroom’ – kaart uit 1738. Voor de kust, ter hoogte van Oterdum, vaart het stadsjacht van Groningen. Collectie Groninger Archieven.
Kaart uit 1584 van de kust van Ostfriesland en Groningen. Schippers die die Eemsmond op wilden varen, konden onder andere navigeren op de kerktorens die boven de Eemsdijk uitstaken. Collectie Groninger Archieven.

1300 -
1583

Heveskesklooster,
Oosterwierum

De bestuurders van een van de eerste multinationals droegen geen driedelige grijze pakken maar een habijt of geestelijk gewaad. De kloosterorde van de Johannieters heeft haar oorsprong in Jeruzalem. Vanaf de elfde eeuw beschermde en verpleegde ze daar pelgrims. De orde kreeg grote hoeveelheden land geschonken door heel Europa. Zo ontstond een netwerk van kloosters, of ‘commanderijen’ zoals de Johannieters die noemden.

Het klooster Oosterwierum

Bronzen kopje uit de dertiende eeuw, opgegraven in de kloosterkerk. Collectie MuzeeAquarium / bruikleen Groninger Museum, foto Anton Tiktak, Arte del Norte.
Een zestiende-eeuwse tinnen kan (‘Hanzekan’) voor wijn of bier, gevonden in Heveskesklooster. Op het deksel staat het wapen van de stad Groningen. Collectie MuzeeAquarium, foto Anton Tiktak, Arte del Norte. 
Impressie van de johannieter commanderij Oosterwierum, met kloosterkerk en -gebouwen omringd door een muur en gracht. Tekening B. Brobbel, collectie MuzeeAquarium.

De vruchtbare kleigrond aan de Eemsmonding was uitstekend geschikt voor landbouw en bracht enkele bewoners grote rijkdom. Een glimp licht daarop werpt een sieraad, in de jaren negentig met een metaaldetector gevonden in Heveskes: een mantelspeld van dun plaatgoud, met in het midden een maansteen, een edelsteen afkomstig uit de Centrale Alpen of Noorwegen. Archeologen dateren het pronkstuk op de late elfde, vroege twaalfde eeuw – omstreeks het jaar 1100 dus.

Maan- en baksteen aan de Eemsmond

1100

Heveskes

De fibula met maansteen, gevonden in Heveskes. Collectie Groninger Museum, foto John Stoel.

0 -
1200

Oosterhoek

In de eeuwen rondom het begin van de jaartelling raakte het kustgebied weer bevolkt. De nieuwe bewoners kwamen uit het oosten, uit de omgeving van de mondingen van de rivieren Jade en Wezer. Dat blijkt uit de overeenkomsten tussen aardewerk gevonden bij archeologisch onderzoek aan de (tegenwoordige) Nederlandse en Duitse kust.

Wierdenland

Plattegrond van Weiwerd, omstreeks 1830. In het midden staat de kerk, daar omheen loopt een rondweg: de ossengang. Alle boerderijen staan met de achterkant naar de rand van de wierde. Collectie Groninger Archieven.

Heveskesklooster

3400 -
2200
v. Chr.

Tot ieders verrassing stuitten archeologen in 1982 bij Heveskesklooster op een hunebed, meters onder het maaiveld. Een hunebed is een grafmonument van mensen van de Trechterbekercultuur. Die gebruikten ze om er de urnen met as van hun gecremeerde doden in bij te zetten. Die urnen hebben, net als het ander aardewerk dat ze maakten, een trechtervorm – vandaar de naam.

Een hunebed bij Heveskesklooster

Het hunebed van Heveskesklooster in het MuzeeAquarium in Delfzijl.